|
|
|
|
| 16 oktober 2011 - negenentwintigste zondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
Jesaja
45,1.4-6
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Geen onzinnige vraag in het toenmalige Israël. Welk antwoord Jezus ook zou geven op hun huichelachtige vraag, het zou hem in de problemen brengen. Zei Hij ja,dan konden ze hem van collaboratie en van verrader beschuldigen. Zei Hij neen dan, kon Hij als opruier tegen de Romeinen worden opgepakt. Ze verwachtten een directe uitspraak voor of tegen de keizer. Hij moest hoe ook kleur bekennen. En dat deed Hij , maar op een manier die ze allesbehalve hadden verwacht. Want Hij doorzag hoe ze hem stroop om de mond smeerden en dat achter de schijn van hun lovende woorden kwaad opzet schuilging. Hij vroeg hen een belastingsmunt te laten zien. Dat bracht hen in verlegenheid. Vrome joden hadden dat geld nooit op zak. Zij die het wel op zak hadden, waren wel tegen de bezetter, maar probeerden in het gevlei te komen om commercieel voordeel te halen uit de situatie. Want Romeinse munten werden omgewisseld tegen tempelgeld. Die had men nodig voor de offercultus. En dat deden ze tegen woekerkoersen. Door het tonen van een muntstuk toonden ze dat ze het op een akkoordje hadden gegooid en zich inlieten met de wereld van de keizer. Die wereld was gebaseerd op macht, onderdrukking en uitbuiting. Met de korte, krachtige zin ‘Geef aan de keizer wat van de keizer is’ bedoelde Jezus: geef dat verfoeilijk geld terug, jullie die collaboreren met machthebbers, en jullie die je handen vuil maken aan woekerpraktijken. Jezus gooide het perspectief verder open en zette de dingen in de juiste verhouding door eraan toe te voegen: ‘Geef aan God wat van God is’. Aan God geven wat van God is betekent dat niet de machthebbers het laatste woord hebben. Het betekent vooral dat de macht van de machthebbers radicaal wijze wordt gerelativeerd. Wie streeft naar macht en geld, wordt niet verzadigd. En de honger naar meer is mateloos. En het zegt eveneens dat het leven dat je leeft gedirigeerd en gedomineerd is door angst. Maar voorbij de illusie dat macht en materieel bezit ons redden kunnen is het tegenovergestelde sluimerend aanwezig: dat alleen God een mens zekerheid en bescherming biedt. Dat veronderstelt dat men de greep op hebben en hang naar macht durft loslaten. Het is verliezen. En verliezen doet pijn en is beangstigend. Want wie rijk en machtig is heeft veel te verliezen. En er komt niets in de plaats van wat men kwijt is. Behalve een ruimte. Een ruimte die je openhoudt voor wat groter is. Op wat ‘onzichtbaar’ en ‘onnoembaar’ is dat we schroomvol God noemen. Dat belooft ons een nooit eerder geziene vrijheid. Een vrijheid en het vermogen tot het goede, tot waarachtigheid, tot menselijkheid, tot recht en rechtschapenheid, tot waardigheid en solidariteit, tot mededogen en liefde. Als men vanuit God - het diepteniveau van waaruit Jezus zelf leefde en handelde – de mens en de wereld tegemoet treedt, Geeft men aan God wat Hem toekomt Maria Wittevrongel, Dominicaanse familie Knokke |